Voorkom magere en dubbele content

Magere content is content die weinig tot geen waarde toevoegt voor bezoekers. Denk hierbij aan:

  • Pagina’s zonder tekstuele content.
  • Pagina’s met beperkte tekstuele content, zeg 50 woorden of minder.
  • Pagina’s met exact dezelfde content (“dubbele content”).
  • Pagina’s met bijna exact dezelfde content.

Wanneer pagina’s niet significant van elkaar verschillen dan kan Google beslissen deze pagina’s niet hoog, of zelfs helemaal niet te tonen. De reden hiervoor is dat je in essentie concurreert met je eigen pagina’s.

Het hebben van een grote hoeveelheid magere content is ook een signaal aan Google dat je webshop niet in goede staat is, en kan jouw SEO succes beperken.

Redenen voor magere content:

  • Product filters
  • Faceted navigation
  • Paginering
  • Instellen voorkeur van aantal producten per pagina
  • Sorteren van producten
  • Product varianten
  • Producten die in meerdere categorieën zitten.

Gelukkig is magere content goed te voorkomen. Hieronder bespreken we voor iedere vorm van magere content hoe.

Product filters

Aan de hand van product filters kun je snel tot een subset van producten komen. Vanuit de bezoeker gezien erg handig, maar voor Google niet. Webshops slaan de filter criteria vaak op in de URL. Hierdoor kun je eenvoudig honderdduizenden zo niet miljoenen URLs generen met bijna dezelfde content. Tenzij je dit duidelijk aan geeft, zal Google deze pagina’s gewoon gaan doorzoeken. Dit is ongewenst. Google heeft namelijk voor ieder domein een zogenaamd crawl budget. Dit is de hoeveelheid aandacht die ze een domein geven. Je wilt dat Google deze aandacht besteed aan pagina’s die je terug wilt laten komen in Google. En dat zijn niet die gefilterde resultaten.

Best practices:
Voorkom dat Google de gefilterde resultaten kan benaderen. Dit kun je doen door dit uit te sluiten in het robots.txt bestand. Vaak hebben de gefilterde resultaten een URL zoals

www.voorbeeld.nl/categorie/?filter=...

Je maakt duidelijk aan Google dat je niet wilt dat zij die gefilterde resultaten benadert met de volgende regel in jouw robots.txt bestand:

Disallow /*?filter=*

Faceted navigation

Faceted navigation stelt je in staat om snel tot een subset van producten in een categorie te komen. Vaak wordt faceted navigation geïmplementeerd middels categorieën en subcategorieën. Neem bijvoorbeeld “Televisies”. Deze categorie kan de subcategorieën, “LCD televisies” en “Plasma televisies” bevatten. Dit zijn facetten van “Televisies”.

Best practices:
In de meeste gevallen wil je dat jouw facetten geïndexeerd worden door zoekmachines. Voor Google is het belangrijk dat ze makkelijk onderscheid kan maken tussen de verschillende facetten. Zorg er daarom voor dat er voldoende tekstuele content op deze pagina’s te vinden is voor hen.

Meer informatie:

Paginering

Pagination

Product categorie pagina’s met veel producten zijn vaak gepagineerd. Driehonderd producten worden dan verdeeld over 10-15 pagina’s. Deze pagina’s lijken allemaal erg op elkaar, het enige verschil is dat ze andere producten tonen. Voor Google zijn deze pagina’s bijna identiek, wat leidt tot verwarring. Deze content dan ook vaak genegeerd door Google. Maak duidelijk te maken dat die pagina’s aan serie van pagina’s zijn die sterk gerelateerd zijn. Dan weet Google hoe zij hiermee om moet gaan.

Best practices:
Communiceer over paginering aan Google door de implementatie van de link relaties rel=”next” and rel=”prev”. Zorg ervoor dat iedere pagina een canonical URL heeft die verwijst naar zichzelf.

Voorbeeld:

Pagina 1 heeft enkel een volgende pagina. Definieer deze relaties in de HTML van de pagina:

<link rel=”canonical” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-1/” />
<link rel=”next” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-2/” />

Pagina 2 heeft een link naar de vorige en de volgende pagina:

<link rel=”canonical” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-2/” />
<link rel=”prev” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-1/” />
<link rel=”next” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-3/” />

Pagina 3 heeft alleen een link naar de vorige pagina omdat het de laatste pagina is in de serie.

<link rel=”canonical” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-3/” />
<link rel=”prev” href=”https://www.voorbeeld.nl/page-2/” />

Meer informatie:

Instellen voorkeur van aantal producten per pagina

Veel webshops bieden de mogelijkheid om in te stellen hoeveel producten er op een pagina getoond moeten worden. Vaak kun je kiezen uit:

  • 12
  • 24
  • 36

Aan de hand van de keuze van de bezoeker genereert de webshop nieuwe URLs:

www.voorbeeld.nl/categorie/?amount=12
www.voorbeeld.nl/categorie/?amount=24
www.voorbeeld.nl/categorie/?amount=36

Nu zijn er drie andere versies van de originele pagina www.voorbeeld.nl/categorie/.

Dit is dubbele content en kan zorgen voor problemen, immers Google kan in de war raken van deze vier pagina’s die zoveel op elkaar lijken. Welke moeten zij nou serveren?

Best practices:
Voorkom dat Google de pagina varianten kan benaderen. Dit kun je doen door deze uit te sluiten in het robots.txt bestand:

Disallow /*?amount=*

Sorteren

Het sorteren van producten is een veelgebruikte functionaliteit in webshops. Zo kun je bijvoorbeeld sorteren op basis van prijs. Als het sorteer mechanisme niet goed geïmplementeerd is dan kan deze echter leiden tot verwarring bij zoekmachines.

Sorting by price

Stel je voor:
www.voorbeeld.nl/categorie/ – het standaard overzicht van producten
www.voorbeeld.nl/categorie/?sort=priceHigh – overzicht van producten gesorteerd van hoog naar laag.
www.voorbeeld.nl/categorie/?sort=priceLow – overzicht van producten gesorteerd van laag naar hoog.

Deze drie URLs tonen dezelfde producten, alleen in een andere volgorde. Dit leidt tot dubbele content en moet daarom voorkomen worden.

Best practices:
Sluit toegang tot de URLs met gesorteerde producten uit voor Google aan de hand van jouw robots.txt bestand.

Voeg hiertoe de volgende regel toe:

Disallow /*?sort=*

Productvarianten

Kleding is vaak beschikbaar in meerdere maten en kleuren. Een paar schoenen kan zo 32 varianten hebben: 8 verschillende maten en 4 verschillende kleuren. We noemen deze 32 varianten “productvarianten”.

Vaak bevatten deze product variant pagina’s onvoldoende unieke tekstuele content. Dan zijn bijvoorbeeld alleen de foto’s anders. Dit is dubbele content: deze pagina’s lijken zo enorm op elkaar dat Google het verschil niet ziet en ook niet weet welk van jouw pagina’s zij wanneer moet tonen.

Voorbeeld:

  1. www.voorbeeld.nl/categorie/product/ – product pagina
  2. www.voorbeeld.nl/categorie/product/variant-s/ – product in maat S
  3. www.voorbeeld.nl/categorie/product/variant-m/ – product in maat M
  4. www.voorbeeld.nl/categorie/product/variant-l/ – product in maat L
  5. www.voorbeeld.nl/categorie/product/variant-xl/ – product in maat XL

Best practices:
Als je geen unieke tekstuele content toevoegt aan deze product varianten, zorg er dan voor dat je dubbele content voorkomt door de inzet van de canonical URL. Omdat productvarianten amper impact hebben op jouw crawl budget, en het aannemelijk is dat er links geplaatst worden vanaf andere websites naar de product varianten is het verstandig een canonical URL te gebruiken in dit geval. Op die manier bouwen de productvariant pagina’s autoriteit op. Wanneer je gebruik zou maken van het robots.txt bestand in dit geval dan zullen deze pagina’s geen autoriteit opbouwen.

Kijkend naar bovenstaand voorbeeld moeten URLs 2 t/m 5 moeten een canonical URL hebben naar de productpagina. Dit ziet er als volgt uit in de HTML van de productvariant pagina’s:

<link rel=”canonical” href=”www.voorbeeld.nl/categorie/product/” />

Producten die in meerdere categorieën zitten

Het kan voorkomen dat je producten hebt die in meerdere categorieën zitten.

Laten we als voorbeeld accu’s voor auto’s nemen. De accu’s kunnen categoriseert worden aan de hand van het voltage en amperage, maar ook middels het type auto’s waar de accu’s in passen. Al snel kun je de die ene accu pagina middels vijf verschillende categorieën bereiken. In veel webshops betekent dit ook dat de accu vijf verschillende URLs heeft. Dit resulteert wederom in duplicate content.

Voorbeeld: een auto accu zit in de volgende vijf categorieën:

  1. www.voorbeeld.nl/audi/accu/ – product in Audi categorie
  2. www.voorbeeld.nl/volkswagen/accu/ – product in Volkswagen categorie
  3. www.voorbeeld.nl/voltage/12v/accu/ – product in voltage categorie
  4. www.voorbeeld.nl/amperage/60ah/accu/ – product in amperage categorie
  5. www.voorbeeld.nl/nieuw/accu/ – product in “nieuwe producten” categorie

Best practices:
Wanneer een product in meerdere categorieën zit, zorg er dan voor dat een van deze categorieën is aangemerkt als zijnde de primaire categorie. De primaire categorie definieert ook de URL waarop het product te indexeren is. Als www.voorbeeld.nl/audi/accu/ de primaire URL is, dan moeten URLs 2 – 5 allen de volgende canonical URL hebben :

<link rel=”canonical” href=”https://www.voorbeeld.nl/audi/accu/” />

Crawl budget slim benutten

Omdat Google miljarden pagina’s moeten bezoeken moeten ze prioriteren. Ook moeten ze rekening houden met wat hosting omgevingen van website eigenaren aan kunnen. Dit kan namelijk enorm verschillen per website. Samen vormen deze twee factoren wat we noemen crawl budget.

Crawl budget is de hoeveelheid aandacht die websites verdienen én aan kunnen. Google heeft voor iedere website een bepaald crawl budget beschikbaar, vandaar dat het zaak is dit goed te benutten. Je wilt dat Google haar crawl budget voor jouw webshop besteden aan pagina’s die jij terug wilt laten komen in de zoekresultaten.

Wanneer Google door het crawl budget voor jouw webshop heen is stopt zij en komt ze later pas weer terug. Het is zonde als ze het crawl budget besteden aan pagina’s die toch niet geïndexeerd kunnen worden. Als veel van het crawl budget verloren gaat aan dit soort pagina’s dan limiteert dit jouw SEO succes.

Stel dat je een webshop hebt met 30.000 echte pagina’s die toegankelijk zijn voor zoekmachines. Daar bovenop zijn er 1.000 404-pagina’s, en nog eens 9.000 pagina’s die redirecten naar andere pagina’s. In totaal zijn dat 40.000 pagina’s die door Google bezocht kan worden. Van die 40.000 pagina’s, zijn er maar 5.000 indexeerbaar.

Wat gaat hier mis? Maar 12,5% (5.000/40.000) van jouw pagina’s horen maar naar boven te komen in de zoekresultaten. In theorie verspilt Google 87,5% van jouw crawl budget aan pagina’s die niet eens terug zouden moeten komen in de zoekresultaten.

Best practices:

  • Neem de regie over jouw crawl budget aan de hand van het robots.txt bestand. Maak bepaalde secties of type URLs ontoegankelijk voor zoekmachines.
  • Update of verwijder links naar pagina’s die redirecten (3xx), niet gevonden kunnen worden (4xx) of een serverfout geven (5xx).
  • Verlaag de gemiddelde pagina laadtijd van jouw webshop om er voor te zorgen dat Google zoveel mogelijk pagina’s kan bezoeken.

Biedt een mobielvriendelijke ervaring

Google beloont websites die een uitstekende gebruikerservaring bieden meer en meer. Daarbinnen speelt een mobielvriendelijke ervaring een belangrijke rol.

Sinds eind 2015 werd er meer vanaf mobiele apparaten gezocht dan vanaf desktops. En dat is alleen nog maar meer geworden sindsdien. Het bieden van een mobielvriendelijke ervaring is niet alleen belangrijke vanuit SEO oogpunt, het is essentieel voor een succesvolle webshop.

De twee meest voorkomende manieren om mobiele bezoekers te bedienen zijn:

  1. Een webshop met een responsive design, wat inhoudt dat de webshop zich automatisch aanpast aan het apparaat van de gebruiker.
  2. Een webshop met speciale mobiele versie. Deze aanpak kostbaar omdat je namelijk twee websites moet onderhouden. Dit is enkel te verantwoorden als het merendeel van je verkeer vanaf mobiel komt en een responsive design niet voldoende is om mobiele bezoekers goed te bedienen.

Ongeacht hoe je mobiele bezoekers bedient is het verstandig om jouw webshop door Google’s mobielvriendelijke test heen te halen om te zien hoe je er voor staat.

De meest populaire optie: responsive website

Vanuit SEO oogpunt gezien is een responsive webshop vaak de beste optie om mobiele bezoekers goed te bedienen. Omdat iedere pagina maar één URL heeft hoef je ook maar één URL te promoten. Plus, je hoeft je geen zorgen te maken over het consolideren van signalen rondom autoriteit en relevantie. Dit is bij een speciale mobiele webshop namelijk wel het geval.

Een speciale mobiele website

Als je er toch voor kiest om een speciale mobiele webshop te ontwikkelen naast de desktop versie dan moet je de relatie tussen beide helder maken aan zoekmachines. Je wilt dubbele content vermijden, en zorgen dat Google de desktop versie tonen als iemand vanaf een desktop in Google zoekt en andersom voor mobiele zoekers.

Dit kun je doen aan de hand van het rel=”alternate” media=”x” attribuut. Voor het gemak noemen we dit attribuut het mobiele attribuut vanaf nu.

Het mobiele attribuut is onderdeel van de <link> tag en biedt de mogelijkheid om een alternatieve versie van een pagina te definiëren.

Belangrijk: verwar het mobiele attribuut niet met het hreflang attribuut dat gebruikt wordt voor het definiëren van vertaalde versies van een pagina.

Laten we aan de hand van een voorbeeld zien hoe het mobiele attribuut werkt. Stel dat jouw desktop webshop beschikbaar is via https://www.voorbeeld.nl en jouw mobiele webshop via https://m.voorbeeld.nl.

Op desktop pagina’s
Definieer de mobiele versie van pagina’s In de HTML van desktop pagina’s. Voor de homepage ziet dat er zo uit:

<link rel=”alternate” media=”only screen and (max-width: 640px)”
href=”http://m.voorbeeld.nl/”>

Dit betekent dat de mobiele webshop geserveerd moet worden wanneer de schermbreedte van het apparaat van de bezoeker minder is dan 640 pixels.

Op mobiele pagina’s
Definieer de desktop versie van pagina’s In de HTML van mobiele paginas. Voor de homepage ziet dit er zo uit:

<link rel=”canonical” href=”http://www.voorbeeld.nl/”>

De canonical URL zorgt er voor dat er geen dubbele content problemen ontstaan.

XML sitemap
Google ondersteunt de implementatie van het mobiele attribuut ook door opname hiervan in XML sitemaps.

<?xml version=”1.0″ encoding=”UTF-8″?>
<urlset xmlns=”http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9″
xmlns:xhtml=”http://www.w3.org/1999/xhtml”>
<url>
<loc>http://www.voorbeeld.nl/</loc>
<xhtml:link
rel=”alternate”
media=”only screen and (max-width: 640px)”
href=”http://m.voorbeeld.nl/” />
</url>
</urlset>

Meer informatie:

Accelerated Mobile Pages (AMP)

Wanneer we het hebben over mobielvriendelijke websites, dan is het ook zaak om Accelerated Mobile Pages (AMP) te benoemen. Het idee achter het AMP project is om mobiele bezoekers een betere gebruikservaring te bieden door een mobile-first aanpak en pagina’s die snel laden.

Best practices:
Het belangrijkste om te onthouden is dat het over het algemeen niet wordt aangeraden om AMP in te zetten voor webshops. In veel gevallen zijn de AMP implementatie richtlijnen te strikt om alle functionaliteit te bieden die jouw mobiele bezoekers nodig hebben om door het winkelwagenproces heen te gaan.

In de meeste gevallen is een responsive design de beste optie voor webshops.

Bied een consistente ervaring op ieder platform

Zorg ervoor dat je desktop en mobiele bezoekers dezelfde content en functionaliteit biedt. Google heeft aangekondigd in 2018 over te gaan op een mobile-first aanpak. Dit houdt in dat de mobiele webshop in plaats van de desktop webshop primair gebruikt zal worden voor het bepalen van jouw posities.

Dit is slecht nieuws voor responsive en speciale mobiele websites die minder content tonen aan mobiele bezoekers. Hoewel Google nog niet klaar is om over te gaan naar deze mobile-first aanpak kun je er maar beter alvast goed op voorbereid zijn.

Meer informatie:

HTTPS

HTTPS

Veel webshops gebruiken al jaren HTTPs voor de pagina’s in het winkelwagenproces. Enkele jaren begon Google met een offensief voor de adoptie van HTTPs voor hele websites. Het heeft minimaal effect op jouw posities in Google, maar voor het verbeteren van de de algehele veiligheid van jouw webshop is het verstandig.

Om hun punt te maken, toont Google Chrome sinds begin januari 2017 nu een waarschuwing voor websites die geen HTTPs gebruiken:

HTTP
Dit schrikt potentiële klanten mogelijk af. Nog een reden om er voor te zorgen dat jouw volledige webshop geserveerd wordt via HTTPs.

Best practices:

  • Serveer je volledige webshop via HTTPs
  • Wanneer je migreert van HTTP naar HTTPs, zorg er dan voor dat je een URL migratie uitvoert. Wanneer oude HTTP URLs worden opgevraagd moeten deze doorverwijzen naar de nieuwe HTTPs URLs.

Pagina laadtijd

Onderzoek heeft uitgewezen dat pagina’s die snel laden de bounce rate verlagen en het conversiepercentage verhogen. Amazon kwam er zelfs achter dat hun omzet met 1% steeg met iedere 100 milliseconden tijdswinst in pagina laadtijd. Tel uit je winst. Daar komt nog eens bovenop dat pagina laadtijd een rol speelt in het Google algoritme. Voldoende redenen dus om te zorgen dat pagina’s snel laden.

Het verlagen van de pagina laadtijd is een technische aangelegenheid. Je kunt duizend en één dingen doen om dit te optimaliseren tot je ook de laatste milliseconde tijdswinst hebt behaald.

In de praktijk zorgen onderstaande drie best practices doorgaans voor 90% van de tijdswinst. Richt je daarop.

Gebruik een Content Delivery Netwerk (CDN)
Vroeger was één webserver helemaal alleen verantwoordelijk voor het hosten van een website. De webserver stond ergens op de wereld, en wanneer een bezoeker een pagina op vroeg moest verzoek vaak duizenden kilometers afleggen.

Content Delivery Netwerken (CDNs) hebben hier verandering in gebracht. In plaats van dat je je webshop host op één plek is jouw webshop eigenlijk op tal van plekken tegelijkertijd beschikbaar. Wanneer een bezoeker een pagina op jouw webshop opvraagt maakt hij verbinding met het dichtstbijzijnde toegangspunt (genaamd een “edge”), waardoor de laadtijd significant omlaag gaat.

Bovendien zijn CDNs gebouwd om content supersnel te serveren. Zij maken gebruik van caching, wat inhoudt dat ze een statisch kopie van jouw pagina’s serveren. Hierdoor wordt de laadtijd van de pagina nog verder verlaagd. CDNs gaan ook goed om met een grote hoeveelheid aanvragen. Op piekmomenten zou jouw enkele webserver voorheen gaan haperen. Een CDN zorgt ervoor dat jouw pagina’s ook op piekmomenten beschikbaar blijven en snel laden.

CDNs zijn tegenwoordig betaalbaar en vrij eenvoudig te configureren. Er is eigenlijk geen goede reden om er geen gebruik van te maken.

Optimaliseer je assets
Een webshop bestaat niet enkel uit HTML pagina’s, maar bevat ook veel andere bestanden die we “assets” noemen. Voorbeelden hiervan zijn afbeeldingen, JavaScript code en CSS stylesheets. Deze assets worden gebruikt om de webshop te stylen en goed te laten functioneren, maar als je ze niet goed onderhoud dan kunnen ze negatieve impact hebben op laadtijd.

Voorkom dat je webshop traag wordt, en neem onderstaande adviezen ter hart.

  • Serveer afbeeldingen die geoptimaliseerd zijn voor het apparaat waarop de webshop bekeken wordt. Het is onnodig om een 4 megapixel afbeelding aan een mobiele bezoeker te serveren.
  • Verklein en comprimeer jouw JavaScript en CSS bestanden.
  • Laad assets pas wanneer je ze nodig hebt. Een goed voorbeeld hiervan zijn product foto’s op categorie pagina’s: als je die direct allemaal inlaadt dan vertraagt dit de laadtijd van de pagina. Laad de foto’s in plaats daarvan wanneer de rest van de pagina geladen is, een techniek die “lazy loading” heet. Je kunt hetzelfde doen voor delen van de JavaScript en CSS bestanden. Laad enkel direct in wat je echt nodig hebt om de pagina te tonen in de browser en laad daarna de rest in.

Gebruik browser caching
Veel pagina’s op jouw webshop delen assets zoals JavaScript en CSS bestanden en veel terugkomende afbeeldingen zoals het logo van de website. Browsers vragen standaard ieder asset wat ze tegenkomen opnieuw op. Als een bezoeker van de ene naar de andere pagina navigeert vraagt de browser gerust weer het logo van de website, de JavaScript en CSS bestanden op. Dat is erg zonde!

Om dit tegen te gaan kan jouw webserver een signaal aan de browser geven om kopieën van de assets te bewaren zodat die in de toekomst opnieuw gebruikt kunnen worden. Dit kun je doen door een zogenaamde cache header met de assets mee te sturen, waarmee je de browser instrueert de assets te hergebruiken tot en bepaalde moment.

Het verschilt per webserver hoe dit in te richten, maar je programmeur weet hier vast raad mee.

Structured Data

Structured data is een manier om extra informatie over pagina’s toe te voegen waardoor Google de pagina’s beter begrijpt. Google is sterk in het begrijpen en gebruiken van structured data.

Doorgaans voeg je structured data aan je pagina’s toe middels schema.org. Schema.org ondersteunt een grote hoeveelheid schemas. De meest interessante voor webshops zijn:

  • Product: voor het beschrijven van producten
  • Reviews: voor het beschrijven van reviews
  • Corporate Contacts: voor het beschrijven van organisaties
  • Breadcrumbs om aan te geven dat je kruimelpad navigatie gebruikt
  • Sitelinks Searchbox om aan te geven dat je een searchbox in Google’s resultaten wilt tonen die aangestuurd wordt door jouw eigen webshop’s zoekmachine.

Product met prijs range:
Price range

Reviews:
Reviews

Best practices:
Maak slim gebruik van structured data om je te onderscheiden van de concurrentie. Gebruik in ieder geval de volgende schemas: Product, Reviews en Corporate Contacts.

Gebruik bij de implementatie van structured data Google’s structured data testing tool en structured data markup helper om direct feedback te krijgen zodat je eventueel kunt bijsturen.

Resources

XML sitemap

Een XML sitemap is een bestand wat alle pagina’s van jouw webshop bevat die bezocht en geïndexeerd moeten worden door zoekmachines. Het bestand maakt gebruik van de XML standaard, vandaar de naam.

Best practices:

  • Zorg dat de XML sitemap alleen indexeerbare pagina’s die HTTP status 200 retourneren bevat.
  • Zorg ervoor dat je XML sitemap automatisch gegenereerd wordt. Wanneer pagina’s toegevoegd of verwijderd worden dan moet de XML sitemap direct geupdate worden.
  • Splits de XML sitemap op in meerdere XML sitemaps wanneer je meer dan indexeerbare 50.000 pagina’s hebt.
  • Als je meerdere XML sitemaps hebt, zorg dan voor een XML sitemap index die alle XML sitemaps bevat.
  • Neem in je robots.txt bestand een referentie op naar de XML sitemap. Aan de hand hiervan kan Google de XML sitemap eenvoudig en snel vinden.

Hreflang

Als je een meertalige webshop hebt dan moet je zorgen dat Google snapt welke versie van jouw webshop wanneer moet worden geserveerd.

Aan de hand van het rel=”alternate” hreflang attribuut kun je dit duidelijk maken aan Google en Yandex. Voor het gemak noemen we het rel="alternate" hreflang attribuut vanaf nu het hreflang attribuut.

Het hreflang attribuut is onderdeel van de <link> tag en stelt je in staat om duidelijk te maken aan Google dat een pagina vertaalde varianten heeft. Haal het hreflang attribuut niet door elkaar met het mobile attribuut wat gebruikt wordt om een mobiele versie van een pagina te communiceren.

Het hreflang attribuut ondersteunt zowel targeting van alleen taal, als targeting van een combinatie van taal en regio.

Het hreflang attribuut kun je implementeren middels:

  1. HTML link elementen in the <head>-sectie in de HTML
  2. HTTP header
  3. XML sitemap

Als je het hreflang attribuut niet kunt implementeren, definieer jouw targeting voorkeuren dan via Google Search Console en Bing Webmaster Tools. Als je gebruik maakt van zowel het hreflang attribuut en Google Search Console and Bing Webmaster Tools, zorg dan dat deze niet conflicteren.

De anatomie van het hreflang attribuut

Het hreflang attribuut bestaat uit twee delen:

  1. doelgroep targeting: de definitie van de taal, of combinatie van taal en regio.
  2. het URL wat getoond moet worden aan de doelgroep.

Zo ziet het hreflang attribuut eruit:

<link rel=”alternate” hreflang=”en” href=”https://www.voorbeeld.nl/” />

Wanneer je het hreflang attribuut definieert, refereer dan aan iedere vertaalde variant van de pagina.

Het is ook mogelijk om een fall-back pagina te definiëren wanneer je geen pagina beschikbaar hebt in de taal van de bezoeker. Deze fall-back pagina kun je definiëren aan de hand van de x-default waarde.

Voorbeeld
Laten we naar een voorbeeld kijken:

<link rel=”alternate” hreflang=”en” href=”https://www.voorbeeld.com/” />
<link rel=”alternate” hreflang=”es” href=”https://www.voorbeeld.com/es/” />
<link rel=”alternate” hreflang=”x-default” href=”https://www.voorbeeld.com/” />

Bovenstaande hreflang communiceert aan Google dat het Engelstalige deel van de webshop toegankelijk is via www.voorbeeld.com en het Spaanse deel via www.voorbeeld.com/es/. De x-default waarde vertelt Google dat de Engelstalige webshop geserveerd moet worden als de webshop niet beschikbaar is in de taal van de bezoeker.

Laten we naar een wat complexer voorbeeld kijken waarbij een Duitstalige webshop hebt waarmee je Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland target. Voor de Oostenrijkse en Zwitserse bezoekers heb je aparte secties. Het deel van de webshop gericht op Duitsland is de fall-back:

<link rel=”alternate” href=”https://www.voorbeeld.de/” hreflang=”de-DE” />
<link rel=”alternate” href=”https://www.voorbeeld.de/au/” hreflang=”de-AU” />
<link rel=”alternate” href=”https://www.voorbeeld.de/ch/” hreflang=”de-CH” />
<link rel=”alternate” href=”https://www.voorbeeld.de/” hreflang=”x-default” />

Best practices:

  • Zorg ervoor dat je hreflang definities beide kant op verwijzen. Wanneer https://www.voorbeeld.de/ refereert aan https://www.voorbeeld.de/au/ dan moet https://www.voorbeeld.de/au/ terug refereren aan https://www.voorbeeld.de/.
  • Voorkom conflicterende targeting. Dit kan er bijvoorbeeld insluipen wanneer je hreflang definitie op https://www.voorbeeld.de/ communiceert dat deze de alleen Duitsland target, maar als https://www.voorbeeld.de/au/ communiceert dat https://www.voorbeeld.de/ de standaard is voor alle Duitse taal (dus ook Oostenrijk en delen van Zwitserland) dan is er een conflict.
  • Definieer taal en regio combinaties correct. Double-check altijd of ze correct zijn, en of je ze in de juiste volgende hebt gebruikt (eerst de taal, daarna de regio).
  • Definieer altijd de hreflang=”x-default”.
  • Gebruik de canonical URL samen met het hreflang attribuut. Samen communiceren ze duidelijk aan Google wat jouw voorkeuren zijn qua indexatie en targeting. Neem alleen URLs op in het hreflang attribuut die een canonical naar zichzelf hebben.
  • Gebruik absolute URLs bij het definiëren van het hreflang attribuut. Absolute URLs zijn minder foutgevoelig en voorkomen problemen bij de interpretatie door Google van jouw targeting voorkeuren.

Pro-tip: voor een succesvolle meertalige aanpak is enkel het vertalen van content alleen niet voldoende. Het doel is om bezoekers de complete gebruikerservaring te geven, inclusief zaken zoals culturele verwijzingen middels bijvoorbeeld fotografie en de juiste valuta’s.

Resources:

Conclusie

Vandaag de dag is het lastiger dan ooit tevoren voor webshops om zich staande te houden in een overvolle markt, ook vanuit SEO oogpunt gezien. Je kunt je niet veroorloven om SEO fouten te maken. Eén fout kan er al voor zorgen dat je weken, zo niet maanden, aan voortgang verliest. Gebruik deze ultieme SEO checklist voor webshops om jouw concurrenten te slim af te zijn.

Of je een nieuwe webshop aan het bouwen of een reeds bestaande webshop wilt verbeteren, loop deze SEO checklist door om er zeker van te zijn dat alles tip-top in orde is.

Onthoud dat de strijd past begint na lancering van de nieuwe webshop, of wijzigingen aan een bestaande webshop. Na lancering zie je pas hoe jouw bloed, zweet en tranen presteert in de markt. Je webshop is nooit af. Hetzelfde geldt voor jouw SEO, als je succesvol wilt worden of blijven dan moet je continu aandacht geven aan jouw SEO.

Belangrijk daarin is dat je jouw webshop monitort: je moet weten welke problemen zich voordoen op jouw webshop en welke wijzigingen er plaats vinden. Aan de hand van deze informatie kun je bijsturen en ingrijpen. Gebruik hiervoor ContentKing. ContentKing is een real-time SEO monitoring tool die de gezondheid van jouw website, en de wijzigingen die erin plaatsvinden continu monitort. Hierdoor is het gedaan met nare SEO verrassingen.

Na de SEO checklist volgen er nog artikelen rondom de vervolgstappen:

  1. Omgaan met veranderingen: op welke veranderingen moet je monitoren, hoe doe je dat en wat te doen als ze in negatieve zin veranderen?
  2. Verbeter wat je hebt: hoe haal je meer organische verkeer uit de content die je al hebt?
  3. Uitbreiden: wat te doen om jouw organische zichtbaarheid aan de hand van nieuwe ontwikkelingen, content en meer autoriteit te doen groeien?

ContentKing sluit naadloos aan op de filosofie van het continue SEO process. Met ContentKing aan jouw zijde kun je de concurrentie aan.

Waarom wachten? Probeer het direct.

Eindelijk doorhebben wat er werkelijk gebeurt op jouw website.
Gelieve een geldige domeinnaam (www.voorbeeld.nl) op te geven.